1. Inleiding
De discussie over kraken en leegstand van woningen en andere panden wordt de laatste decennia in de Tweede Kamer der Staten-Generaal met enige regelmaat gevoerd. De huidige Huisvestingswet dateert van 1993, ter vervanging van de Leegstandwet(zie noot 1) (inwerkingtreding gefaseerd vanaf 1986). In 1990 vond een evaluatie van de Leegstandwet plaats, waaruit onder meer bleek dat door het merendeel van de geënquêteerde gemeenten geen gebruik werd gemaakt van de mogelijkheid tot vordering van
leegstaande woningen en gebouwen. In de Huisvestingswet kregen de gemeenten de bevoegdheid de eigenaren van leegstaande woningen te verplichten leegstand te melden.(zie noot 2) Burgemeester en wethouders kunnen het gebruik van een leegstaande woning of gebouw als woonruimte van de eigenaar vorderen.(zie noot 3) In het Wetboek van Strafrecht is kraken in artikel 429sexties als overtreding strafbaar gesteld afhankelijk van de periode van leegstand. Aanvankelijk was kraken binnen zes maanden na aanvang leegstand strafbaar, met de invoering van de Huisvestingswet werd de termijn op een jaar gesteld. De reden hiervoor was dat de eigenaar een redelijke termijn gegund moest worden om een bestemming voor zijn leegstaand pand te vinden. Uit de evaluatie in 2004 van de Huisvestingswet blijkt dat van de mogelijkheid van het vorderen van leegstaande woningen en gebouwen nauwelijks gebruik wordt gemaakt. Wel zijn door gemeenten regelmatig vergunningen verstrekt voor tijdelijke verhuur.
- Het verbod en de strafbaarstelling van kraken vormt geen aanmoediging voor eigenaren om binnen afzienbare tijd een alternatieve bestemming voor hun bezit te vinden. Gemeenten beschikken reeds over afdoende instrumenten om leegstand tegen te gaan. Van bijv. de vorderingswet wordt in het geheel geen (of zeer incidenteel) gebruik gemaakt. Zo biedt de Huisvestingswet een aantal instrumenten, waarbij gemeenten niet alleen een stok achter de deur hebben maar ook zelf directer kunnen sturen via de mogelijkheden van woonruimte-verdeling. Er geldt reeds een vorderingsbevoegdheid voor gemeenten om leegstaande woningen op te eisen ‘ten behoeve van een rechtvaardige woonruimteverdeling’ (artikel 40 en verder van de Huisvestingswet). Daarnaast kan de gemeente vergunning geven om woonruimte tijdelijk te verhuren op basis van de Leegstandwet; recent is de maximumperiode hiervoor verruimd van drie naar vijf jaar.
- Niet dat wij het Tijdelijk Verhuur aanmoedigen, aangezien ook Tijdelijk Verhuur mensen (merendeel met de laagste inkomens) géén zicht op een vaste betaalbare woning geeft en het onwenselijk is dat een grote (en steeds groter wordende) groep mensen hier op aangewezen zijn, terwijl er tevens niet gebouwd wordt naar vraag/behoefte zoals verderop blijkt.
- Vorderingswet: (zie: http://www.st-ab.nl/wetten/0344_Vorderingswet.htm )
In 2003 meldt de Staatssecretaris van Economische Zaken, naar aanleiding van een motie van de Tweede Kamer, dat het niet mogelijk is om vast te stellen hoeveel leegstaande bedrijfspanden gekraakt zijn, omdat registratie daarvan niet plaatsvindt. Voorts wordt vastgesteld dat de bestaande wettelijke
Pagina 4 van 15