Inleiding:
Enige belangrijke Bijbelse uitgangspunten ter ingeleide op:
Een reactie vanuit Bijbelse grondslag op het
initiatiefwetsvoorstel “Wet Kraken en Leegstand”
van CDA, VVD en CU (2009)
De Heilige Schrift (zowel Tenach als de Apostolische Geschriften) roept op tot verbetering en herstel (“reparatie”) van de wereld; “tikkoen ha’olam”. Tot het verbeteren van de levensomstandigheden van alle mensen, zowel geestelijk als materiëel. Door betere condities te scheppen, te beginnen met de basis-behoeften waaronder huisvesting, hetgeen daar een onlosmakelijk onderdeel van is. Het is een kern-waarde in de ‘Bijbelse ethiek’.
De Schepper van hemel en aarde is in absolute zin Eigenaar van Zijn schepping (Genesis 14:19-22); van de wereld, van het land, de grond, etc. Zoals o.a. Psalm 89:12 het uitdrukt: “De hemel is het Uwe, ook is de aarde het Uwe; de wereld en haar volheid, die hebt Gij gegrond”.
De Bijbel voorziet in het recht tot eigendom en bescherming van het eigendom, maar het accepteert niet het idee van ongelimiteerd eigenaarschap c.q het absoluut stellen van eigendomsrecht. Dat de mens geen absoluut eigenaar van zijn bezit is maar het in beheer heeft gekregen, houdt in dat zijn gebruik daarvan overeenkomstig de wil van G’d moet zijn (zie o.a. kolossenzen 3:1-2), in dienst van de Eeuwige en tot welzijn van de naasten, in het bijzonder de behoeftige. Dit is in de Geest van G’d en Zijn Messias.
Rijkdom, bestaande uit zowel geld en bezit behoren niet het individu toe maar aan de Eeuwige. Mensen zijn beheerders c.q rentmeesters, hoeders, van deze rijkdommen. Bijbels rentmeesterschap gaat in de kern over het beheren van bezit van G’d en daarbij Zijn belangen te dienen. In Mattheus 25:34-40 stelt Jezus (Jesjoea) de hulp aan de behoeftige gelijk met hulp aan Hem; hun nood is Zijn nood, hen helpen is Hem helpen en andersom. Hij identificeert zich ten diepste met hen. Het heeft betrekking op de omgang met ons bezit en met het geschapene. Uitgangspunt is, zoals hierboven vermeld, dat de Eeuwige als Maker de Eigenaar van alles is (Leviticus 25:23; Psalm 24:1 en 50:10), en dat Hij Zijn schepping aan de mens in beheer heeft toevertrouwd (Genesis 1:28 en Psalm 115:16) en dat de mens eens rekenschap van zijn beheer moet afleggen (Mattheus 25:19).
De Schrift gebied dat een behoeftige verzekerd wordt van “voldoende voor diens gebrek, overeenstemmend met hetgeen hij/zij gebrek aan heeft”. Het doen voorzien in voedsel, kleding en onderdak is daarin slechts de minimale basis, maar de strekking van dit gebod reikt uiteraard veel verder. Het verlichten en bestrijden van (mensen hun) woningnood en dus het voorzien van adequate huisvesting is een vorm van “tzedakah”; vaak vertaald met barmhartigheid. Maar beter dient er gesproken te worden van: rechtvaardigheid (van de Hebreeuwse stam “tzedek”; “rechtvaardigheid”). Een bekende Schrifttekst in dit verband is de vermaning van de profeet Jesaja die zegt: “Neemt de behoeftige in jullie huizen” . Het verlichten c.q verhelpen van een mens in woningnood is een belangrijke religieuze plicht. Huisvesting is dan ook specifiek één van de verplichtende vormen van tzedakah. Een eigenaar is bezien vanuit de Bijbelse traditie verantwoordelijk als een bewoner dakloos wordt ten gevolge van ontruiming. Waarmee duidelijk wordt dat het fenomeen “anti-kraak” vanwege de soms zeer korte duur van het verblijf, en het